Informatie rond uw operatie Binnenkort wordt u geopereerd in het St. Antonius Ziekenhuis. In deze folder geven wij u algemene informatie over een aantal belangrijke zaken rondom de operatie. Wanneer u reeds een specifieke folder over de ingreep in bezit hebt, kunt u deze folder beschouwen als een aanvulling. Eten en drinken Tijdens de telefonische oproep van de afdeling opname hoort u hoe laat u in het ziekenhuis wordt verwacht. Wanneer u dezelfde dag nog geopereerd wordt geldt voor u het volgende: - Als u om 07.30 uur moet komen, mag u vanaf 24.00 uur niet meer eten en drinken.
- Als u om 11.30 uur moet komen, mag u om 07.00 uur nog een kopje thee en een droge beschuit nemen (geen melkproducten!). Daarna mag u niet meer eten en drinken.
Wanneer u medicijnen gebruikt, kunt u deze in beide gevallen op de gebruikelijke tijden innemen met een slokje water (tenzij de arts andere afspraken met u gemaakt heeft). Vindt de ingreep de dag ná opname plaats, of later, dan kunt u gewoon eten en drinken voordat u naar het ziekenhuis komt. Tijdstip van de operatie Het tijdstip waarop u wordt geopereerd kunnen wij u vooraf niet precies vertellen. U hoort dit tijdens de opname. Scheren, laxeren, make-up Soms wordt het te opereren lichaamsdeel vlak voor de operatie geschoren door de verpleegkundige. Ook kan het zijn dat u van hem/haar een laxeermiddel krijgt. Dit is onder andere afhankelijk van de ingreep die u moet ondergaan. De verpleegkundige zal u hierover verder informeren. Gebruik op de dag van de operatie geen nagellak of make-up. Anesthesie De anesthesioloog heeft u op de 'pre-operatieve poli' voorgelicht over de gang van zaken rond de operatie. Hieronder zetten wij de hoofdlijnen nog eens op een rijtje: - Op de operatiekamer ontmoet u de anesthesioloog die verantwoordelijk is voor de anesthesie (verdoving) tijdens de operatie. Hij of zij geeft u uitleg over de uiteindelijke vorm van verdoving (narcose of plaatselijke verdoving) en dient deze toe.
- Tijdens de ingreep worden onder andere uw hartritme, bloeddruk en ademhaling bewaakt.
- Na de operatie gaat u eerst naar de 'uitslaapkamer'. De anesthesioloog beoordeelt wanneer u terug kunt naar uw eigen verpleegafdeling.
- Na de narcose kunt u last hebben van misselijkheid, braken, keelpijn en heesheid. U hoeft zich hierover niet ongerust te maken. Deze klachten verdwijnen vanzelf na één of twee dagen.
- Wanneer u na de ingreep last van pijn hebt, vraag dan de verpleegkundige op uw kamer om pijnstilling.
- Wanneer u een plaatselijke verdoving krijgt bestaat er een kans dat dit niet 100% werkt. U krijgt dan alsnog narcose.
- Wanneer u een plaatselijke verdoving krijgt in uw arm, moet u de eerste dag na de ingreep extra voorzichtig zijn, omdat het gevoel soms nog niet helemaal is teruggekeerd. Draag de eerste dag uw arm bij voorkeur in een draagdoek (mitella). Probeer er 's nachts niet op te gaan liggen.
Krijgt u een plaatselijke verdoving van de onderste lichaamshelft via een 'ruggenprik', dan geldt: - het plassen kan na de ingreep tijdelijk moeilijk zijn. Het is belangrijk dat u voor de nacht geplast hebt; laat dit aan de verpleegkundige weten;
- het is mogelijk dat u last van hoofdpijn krijgt. Laat dit aan de verpleegkundige weten. Vraag dan een paracetamol en ga vier uur plat op bed liggen. Wanneer de hoofdpijn niet vermindert, meld dit dan bij de verpleegkundige (of wanneer u thuis bent: bel de afdeling spoedeisende hulp).
Tot slot Als u na het lezen van deze folder nog vragen hebt, kunt u contact opnemen met het ziekenhuis: - (030) 60 92304: afdeling anesthesiologie, - (030) 6099111: algemeen nummer St. Antonius Ziekenhuis.
|